We zijn weer thuis

jassen in een kast voor later
vrijheid snuift het kussensloop
lakens ruiken naar vakantie
ogen van verwilderd water

dromen om verliefd te vallen
voor wie er altijd al was
zakken weg in dekenkisten
op een bed van mottenballen

geuren van het echte leven
dwarrelen ons achterna
’t grote inhalen is bezig
ons er weer aan terug te geven

Wie ik was

vandaag ben ik van ijzer
gisteren van hout
morgen ben ik wijzer
en over tien jaar oud

vanmiddag ben ik water
vanavond van plastiek
vroeger was ik later
en een paar dagen ziek

vorig jaar van marmer
daarna van bakeliet
met zestig ben ik armer
echt rijk was ik al niet

volgende week een zwerfkei
de week daarop van glas
en tel je er een eeuw bij
weet niemand wie ik was

-ologie voor beginners

debielen
debielen
debielen
imbecielen
nog meer debielen

zwakbegaafden
hoogbegaafden
idioten
malloten
autisten
taalpuristen
a-socialen
vandalen
psychopaten
wegpiraten
extremisten
verjaardagsracisten
stropdasdragers
hulpdienstbelagers
ouwehoeren
lompe boeren
koekenbakkers
krentenkakkers
meninggevers
bumperklevers

docenten
politieagenten
treinconducteurs
taxichauffeurs

zondagsrijders
opelrijders
wegafsnijders
teringlijders

wao-ers
aow-ers
cda-ers
vvd-ers
anwb-ers
me-ers
adhd-ers

wij

imbecielen
nog meer debielen
debielen
debielen
debielen

Thuis

is waar het hart is
mijn hoed ligt
mijn bed staat

is waar de haard sist
de klok tikt
het vlees braadt

is waar de kat spint
de piet zingt
op zwart zaad

is waar het bad weekt
het vuur likt
de rust baat

is waar de kat pist
het dak lekt
de vrouw slaat

is waar het kind krijst
de buurt triest
kapot gaat

is waar de kat sterft
de zoon snuift
de hond praat

is waar het hart is
mijn hoed ligt
mijn bed staat

Tovenaar

een halve dag met ach en wee
met pers en drang
bevreemd je van het baargevang
daar ben je dan
je ogen dicht en smerig als de rest

je ziet wat geel
en nog zo klein
je slaapt wat veel

maar als ze open zijn dan kijken ze
wat kijken ze
ze toveren de wolken weg
het kwade goed
het geel naar blozend
dromen levend
leven bruisend
dood naar god
en god naar dromen
toveren een lach
waar nooit een lach was
en een dag
waar het nooit dag was

handig
tovenaar te zijn