Thuis

is waar het hart is
mijn hoed ligt
mijn bed staat

is waar de haard sist
de klok tikt
het vlees braadt

is waar de kat spint
de piet zingt
op zwart zaad

is waar het bad weekt
het vuur likt
de rust baat

is waar de kat pist
het dak lekt
de vrouw slaat

is waar het kind krijst
de buurt triest
kapot gaat

is waar de kat sterft
de zoon snuift
de hond praat

is waar het hart is
mijn hoed ligt
mijn bed staat

Advertenties

Tovenaar

een halve dag met ach en wee
met pers en drang
bevreemd je van het baargevang
daar ben je dan
je ogen dicht en smerig als de rest

je ziet wat geel
en nog zo klein
je slaapt wat veel

maar als ze open zijn dan kijken ze
wat kijken ze
ze toveren de wolken weg
het kwade goed
het geel naar blozend
dromen levend
leven bruisend
dood naar god
en god naar dromen
toveren een lach
waar nooit een lach was
en een dag
waar het nooit dag was

handig
tovenaar te zijn